Aan alle Israël-romantiek voorbij
Piet Warners
Twee totaal verschillende boeken over Israël. Vorig jaar verscheen 'Mijn beloofde land' van Ari Shavit – columnist van Haaretz – en begin dit jaar in de CIDI-informatiereeks 'Tussen hoop en catastrofe' van Klaas Smelik. Shavit schrijft bewogen, van binnenuit, hij sleept je wars van propaganda mee en doet je de complexiteit van de Israëlische geschiedenis en samenleving min of meer begrijpen. Smelik kijkt er betrokken maar van buitenaf tegenaan.
Shavit: “Enerzijds is Israël het enige land in het Westen dat een gebied van een ander volk bezet houdt. Anderzijds is Israël het enige land in het Westen dat in zijn voorbestaan bedreigd wordt. …. (dat maakt) dat Israëls situatie uniek is (blz 12).” Daarmee is het probleem onder woorden gebracht. Het wordt op een uitermate boeiende, confronterende en soms schokkende wijze uitgewerkt. De eerste woorden van de inleiding luiden: 'Zolang ik me kan heugen, herinner ik me angst – existentiële angst (blz 9).' Diep in de Israëlische maatschappij leeft de angst. Dit boek is een poging in het reine te komen met de vele elkaar tegensprekende aspecten die de Israëlische samenleving kenmerken.
Hij houdt hartstochtelijk van zijn land. Dat klinkt door in de titel van het boek. Maar je kunt die titel ook op andere manieren horen. Liefde voor zijn land, ook trots op wat bereikt werd op het gebied van ontginning en landbouw, de opbouw van het leger, en niet te vergeten de hoge vlucht die de hightech heeft genomen. Hij onderscheidt drie fasen: de eerste twintig jaar de kibboetsfase, de tweede twintig jaar de legerfase en daarna die van de hightech. Hij onderscheidt ook een zevental ontwikkelingen ná de Jom Kippoeroorlog die geleid hebben tot de huidige zeer verdeelde staat.
Je kunt in de titel ook cynisme en teleurstelling horen over wat er allemaal verkeerd ging. Met genadeloze eerlijkheid wordt dat verteld. Bijvoorbeeld over het lot van Lydda, een Arabische stad vlakbij de internationale luchthaven Ben Goerion. Tijdens de onafhankelijkheidsoorlog in 1948 werd op wrede, bittere wijze de bevolking van die stad met veel geweld en ten koste van veel slachtoffers verdreven. 'Lydda is onze zwarte doos, met daarin het duistere geheim van het zionisme' (blz 129). Lang is aan deze feiten voorbij gezien, zoals veel van de binnenkomende Zionisten voorbij zagen aan het feit dat ook anderen in het land een plek hadden,. Deze eerlijkheid en genuanceerdheid van het boek maakt het uniek. 'Triomf en tragedie van Israël' – is de ondertitel. Beide krijgen het volle pond.
In de titel klinkt ook een vraagteken door. Is dit het nu? Heeft de staat nog levensvatbaarheid? Of heeft het zionistische project Joodse Staat zijn langste tijd gehad en gaat het ten onder aan onderlinge verdeeldheid en/of aan de alom aanwezige Arabische dreiging? En ook aan het voortduren van de Joodse aanwezigheid op de Westbank?
Shavit heeft veel mensen geïnterviewd. Mensen die betrokken waren bij kernontwikkelingen in de Israëlische geschiedenis. Over zijn keuze zou je kunnen twisten. Zoals dat maar een enkele Palestijn ten tonele wordt gevoerd, maar dan wel één die Israël als een incident ziet in de recente geschiedenis van het Midden Oosten. Veel meer dan een aankondiging van dit rijke boek is deze bespreking niet. Het is een must om te lezen als Israël je ter harte gaat.
Het boek van Smelik berust op bronnenonderzoek. Hij begint bij het ontstaan van het politieke Zionisme en trekt ons zo de geschiedenis van Israël binnen. Interessant is zijn observatie dat in de jaren '20 en '30 van de vorige eeuw veel Arabieren het mandaatgebied Palestina zijn binnengekomen vanwege de door het Zionisme toenemende voorspoed van het land. Dat geeft toch een wat andere kijk op het vluchtelingenprobleem. Waar Shavit de tot voor kort verborgen geschiedenis van het lot van Lydda blootlegt, gaat Smelik in op de zaken rond het veel bekendere lot van Deir Yassin. Zijn boek is verschenen in de CIDI-informatiereeks, probeert objectief te zijn en biedt een uitstekend overzicht van de geschiedenis van het moderne Israël. Meerwaarde: een zestal bijlagen met belangrijke teksten uit die geschiedenis.
Twee verschillende boeken die samen een stevige bijdrage bieden voor ons denken over het Midden Oosten en de conflicten daar!
Ari Shavit: Mijn beloofde land. De triomf en tragedie van Israël.
Uitgeverij Unieboek / Het Spectrum, Houten, 2013 479 bladzijden
ISBN 9789000326099 € 29,99
Als ebook: ISBN 9789000326105 € 23,99
(Prof. Dr.) Klaas A.D.Smelik: Tussen hoop en catastrofe – Tikva of Nakba. Het conflict tussen Israël, de Palestijnen en de Arabische wereld,
Uitgeverij Aspekt, Soesterberg 2014. 302 bladzijden
ISBN 9789461534088 € 18,95
'Joden en woorden' en 'Geschiedenis van de Joden'
Bernard Dijkdrenth
Het is niet gemakkelijk om midden in een tijd dat er door Joden gevochten wordt, kennis te nemen van drie Joodse schrijvers die de lezer proberen duidelijk te maken wat hen beweegt en in beweging brengt - en meer nog wat hen beweegt om te kunnen overleven. Ja, want vechten is ook een vorm van overleven, en het is precies die geweldsvorm die bij hen achterwege blijft; niet wordt uitgediept. Dat is geen verwijt, maar juist omdat het in de tijd samenkomt iets wat mij zeer opvalt. Dat is niet door hen voorzien en tegelijk weer wel, want het is in de beide boeken aan de orde, en dan voornamelijk in de beleving van de geschiedenis, hun geschiedenis.
‘Joden en woorden’ –ISBN 9789023483663- is geschreven door vader en dochter Oz. Hij is de bekende schrijver Amos en zij Fania is historica aan de universiteit van Haifa in Israël. Beiden denken en schrijven vanuit hun seculier Joods zijn; dat betekent voor hen “woorden weten te vinden, ‘mens van het boek’ te zijn” – dat is ‘Jood zijn’.
Dat is precies ook de invalshoek van ‘De Geschiedenis van de Joden’ –ISBN13 9789025435172- geschreven door Simon Schama, hoogleraar geschiedenis en kunstgeschiedenis en betrokken lid van de Joodse gemeenschap. Dit boek is basis van een vijfdelige BBC serie, met Simon als presentator.
Bij ‘Joden en woorden’ wordt door Jessica Durlacher in haar bespreking opgemerkt dat het handig is om enige voorkennis te hebben over de herkomst van de teksten en personages van filosofen en dat deze commentatoren als bekend worden verondersteld. Maar dat het enthousiasme van de schrijvers zo inspirerend is, dat je direct ook van hun achtergrond kennis wilt nemen.
Dat kan zeker niet ontkend worden, maar het is de vraag of daarmee recht is gedaan aan de manier van overdragen en wat het met je doet als lezer en aanhoorder. Het schijnt aan de aandacht van de beide schrijvers en ook die van Jessica Durlacher ontsnapt te zijn dat de gehele tekst in samenhang en presentatie geschreven is als een verzameling associaties.
Dat blijkt bijvoorbeeld uit de lengte van de hoofdstukken, die tientallen pagina’s voortgaan. Dat schrikt niet echt af, maar roept wel verbazing op, want ‘waar begint wat ik lees’ en ‘waar eindigt het’. Daarom is het uitdagend voor de lezer om dit kunnen blijven volgen. We zijn als niet-Joden immers niet gewend te onthouden in termen van associaties, waar we gebleven zijn en er spontaan op in te haken. Wanneer je weet en verstaat dat het ‘associatief denken’ impliciet eigen is aan het Joodse argumenteren, kan je erop ingesteld zijn, maar het blijft zonder oefening dit altijd een extra inspanning.
Als strategie in ‘Joden en woorden’ om het Jood-zijn te kunnen overdragen door vader en dochter Os blijkt het associatieve denken een zeer effectieve methode, die door de eeuwen haar waarde heeft bewezen, maar die in het westerse denken niet echt beoefend en gepraktiseerd wordt.
Het is de basis waarop hun kennis een ware keten in stand heeft weten te houden, omdat op die manier een keten van verbanden en dwarsverbanden spelenderwijs wordt gelegd en in stand gehouden. Iets dat we bij recent wetenschappelijk hebben leren waarderen bij het hersenonderzoek. En daarmee is de kring weer rond in het betoog ‘dat het doorgeven van woorden en hun betekenis voor het leven en de samenleving, tegelijk de bewezen basis is om elkaar beter te kunnen verstaan’.
Waar Schama op zijn beurt met ‘De Geschiedenis van de Joden’ aandacht voor vraagt, zijn zaken als: het begin van een internationale religie en het belang van Jeruzalem, Babylon en Egypte; alsmede op de Joodse gerichtheid om zich aan te passen aan hun omgeving, cultuur, bouwstijl en kleding. Hij illustreert dat ‘verdrijving en vervolging’ desondanks niet echt een verschijnsel is van de moderniteit, maar eerder de norm en vorm is van de millennia. Daarom maken beide boeken een interessant aspect van het Jood zijn duidelijk, namelijk dat de Joodse gemeenschap echt van ouds her een internationaal georiënteerde gemeenschap is, met een heel specifieke manier van voeling houden met hun verleden en toekomst. Ze doen dit door gezamenlijk zicht te houden op wat hen bindt en vorm te geven aan verhalen die verteld worden aan hun kinderen, speciaal hun zonen, door ze vanaf hun derde jaar de letters te leren en hen de oerverhalen in te prenten, door ze “te verleiden met lekkere hapjes”. Joden weten vanuit hun overlevering van woorden hoe ze kunnen overleven en overleveren, door dialoog, maar dan moet je wel in het lernen aan elkaar gewaagd zijn en ermee kunnen omgaan. De letters van het Hebreeuws zijn niet voor niets gelijk aan die van de zeevolken in de Libanon, zodat ze elkaar konden blijven verstaan, want letters zijn ook woorden en getallen evenals een aantal letters een woord kunnen zijn, en door getalswaarde uitwisselbare betekenissen kunnen overbrengen.
Juist vandaag (1 augustus 2014) schrijven de Marokkaanse Moskeeën: Joden in Nederland zijn broeders, want: “Er zijn allerlei mensen die zeggen dat ze gebruikmaken van de vrijheid van meningsuiting. Daar is niets op tegen, maar we moeten in dit land wel zuinig zijn op elkaar, maar het mag geen vrijbrief zijn voor antisemitische of anti-islamitische uitingen of daden. Joden in Nederland zijn broeders van het heilige boek en zo dient onze relatie ook te zijn, broederlijk.”
Amos Oz en Fania Oz, Joden en woorden –ISBN 9789023483663
en
Simon Schama, De Geschiedenis van de Joden –ISBN13 9789025435172