Afdrukken

Missie

KERK EN ISRAEL:    ONZE OPDRACHT


Als gemeenteleden, werkgroepen en commissies binnen de PKN werkzaam op het werkveld Kerk & Israel hebben wij voor ons werk als richtlijn wat in Kerkorde en Ordinanties staat beschreven.



Kerkorde art 1.7

7.     De kerk is geroepen gestalte te geven aan haar onopgeefbare verbondenheid met het volk Israël.
Als Christus-belijdende geloofsgemeenschap zoekt zij het gesprek met Israël inzake het verstaan van de Heilige Schrift, in het bijzonder betreffende de komst van het Koninkrijk van God.

Ordinantie 1  het belijden van kerk en gemeenten

Artikel 1. 2      Het gesprek met Israël

1.     De kerk is geroepen in al haar geledingen het gesprek met Israël te zoeken en gestalte te geven aan de verbondenheid met het volk Israël.

2.     De generale synode - daarin bijgestaan door organen van de kerk die op dit terrein werkzaam zijn - heeft hierbij in het bijzonder tot taak:
-     het onderzoek van de Heilige Schrift ten aanzien van de vragen met betrekking tot Israël te bevorderen,
-     leiding te geven aan
-         de verdieping en verbreding van het inzicht van de kerk in de weg van God met Israël
        en
-         het gesprek met Israël,
-     het inzicht in en bestrijding van antisemitisme te bevorderen,
-     de gemeenten toe te rusten tot de ontmoeting met Israël,
-     de aandacht voor de plaats van joodse leden van de kerk te bevorderen,
-     de arbeid ten behoeve van Israël in de verschillende geledingen van de kerk te coördineren.



Het is al weer vele jaren geleden dat dit is geformuleerd, en in de afgelopen jaren is het werk niet gemakkelijker geworden. Met name het hartverscheurende conflict rond de staat Israël en de Palestijnen trekt heel veel van de aandacht naar zich toe, en dat bevordert de belangstelling voor ons werk niet.
In 2008 heeft de Synode van de PKN de Israël-Palestinanota aanvaard en daarin het beleid geformuleerd rondom het conflict. Dat is een goede zaak, maar daarbij moeten twee kanttekeningen gemaakt worden:

  1. Het conflict is niet ons conflict. Wij zijn erbij betrokken, omdat het ons ter harte gaat, maar we hebben als PKN heel weinig mogelijkheden bij te dragen aan een oplossing. Wij staan vrijwel machteloos, op afstand. Een gevolg is dat velen er liever niet aan herinnerd worden.
  2. Het conflict is niet ons conflict. Het wordt niet genoemd in onze opdracht in Kerkorde en Ordinantie – hoewel het conflict al meer dan een eeuw oud is: de spanningen waren er al lang voor 1948. Onze opdracht omvat veel meer al kunnen we en willen we het conflict niet negeren.
    De leiding van de PKN beroept zich telkens weer op de IP-nota, maar daarmee ontkent ze – niet uitgesproken, maar de facto – wat we binnen de kerk te doen hebben.
    Want als het conflict wordt opgelost, als God vrede geeft voor Jeruzalem – moge het spoedig zijn en in onze dagen – dan zullen we verheugd en opgelucht zingen, en aan het werk gaan. Want dan komen we veel minder belemmeringen tegen voor ons werk.


Wat is onze opdracht?

A.    Het eerste punt dat Ord 1.2.2 noemt is “het onderzoek van de Heilige Schrift ten aanzien van de vragen met betrekking tot Israël te bevorderen,” en het tweede gaat over het “inzicht van de kerk in de weg van God met Israël”.
Dat betekent vooral theologische arbeid. Het is in de afgelopen decennia – voor wie het toe wil laten – duidelijk geworden hoezeer onze theologische traditie vergiftigd is met anti-Joodse inzichten en gevoelens. Dat is al heel vroeg begonnen (2e eeuw van de gewone jaartelling) en dat is bij de vroege kerkvaders en de eerste concilies al volop aanwijsbaar. De vervangingstheologie is daarvan een van de mildere uitingen.
Als we na Auschwitz dat als fout en zondig hebben leren zien, dan hebben we dus de opdracht om de theologie grondig te herzien. Dat is een opdracht van enorme omvang, die op allerlei deelterreinen van de theologie actueel is: op het gebied van Nieuwe Testament is er al wat aan gedaan, op het gebied van Systematische Theologie nog heel weinig. Het is gemakkelijker om de uitdaging maar te negeren, en gewoon door te gaan in het spoor van de traditie. Maar dan blijft het gif gewoon doorwerken.
We worden geroepen tot omkeer, en dat is een moeilijk en pijnlijk proces: inzien wat er fout gegaan is, schuld belijden, herstellen waar mogelijk, en voorkomen dat het weer mis gaat.  

B.     Dan noemt Ord 1.2.2 “het gesprek met Israël”.  
Dat roept allereerst de vraag op wat we met Israël bedoelen.
In Kerkorde en Ordinanties wordt op die vraag geen antwoord gegeven.
In de praktijk is veel te vaak het eerste antwoord  ‘de Staat Israël’, en dan moet je weer uitleggen dat land en volk en staat natuurlijk samenhangen, maar dat het voor ons gaat om Israël hier: de Joodse gemeenschappen.  Dan gaat het erom dat we dat contact zoeken, in de hoop dat een gesprek mogelijk is.
Dat spreekt niet vanzelf.
Ten eerste is daarbij betrouwbaarheid van onze kant van het grootste belang. Die moeten we eerst nog bewijzen. Persoonlijke relaties zijn daar voor noodzakelijk, bij voorkeur langdurige vaste relaties.
Ten tweede moeten niet wij daarbij de agenda bepalen. Gelukkig noemt KO I,7 “de komst van het Koninkrijk van God” in dit verband en dat zal voor Joden ook acceptabel zijn. Maar laten we eerst luisteren, voor we met onze eigen thema’s komen.
Lokaal is het vaak moeilijk om Joodse gesprekspartners te vinden, maar op landelijk niveau is het contact en overleg met de Joodse gemeenschappen erg belangrijk voor ons werk. De eerste verantwoordelijkheid daarvoor ligt bij (het moderamen van) de Synode.
Wij vragen ons wel eens bezorgd af wat daarvan terecht komt.

C. Ord 1.2.2 noemt nog enkele punten:

Die mogen we niet vergeten, maar het zal allemaal veel beter gaan als we als PKN met de twee eerstgenoemde punten en met name de theologische herziening ernst maken.




Provinciale Werkgroep Kerk en Israël Utrecht, 8 nov. 2013