.


Provinciale Werkgroep
Kerk en Israël Utrecht

Protestantse Kerk in Nederland

Wybrand Ganzevoort

Over een nieuw boek van Jonathan Sacks.

Oorlog is normaal. De eerste lentemaand heette Mars in het antieke Rome, – bij ons nog steeds maart – want dan begon het seizoen waarin oorlog werd gevoerd.  Oorlog is hard, sneuvelen, plunderen, verwoesten.  Vrede is mooi, maar meestal niet meer dan een droom, een utopie. Die kan wel inspireren, maar hoe verwerkelijk je die droom? Door alle vijanden te verslaan, te onderwerpen, te bekeren? Dat is de weg van de grote rijken, Babel en Rome, China en de Islam, Karel de Grote en de koloniale rijken. Maar dan spreken ze wel van vrede op hun voorwaarden: iedereen moet zich onderwerpen en bekeren en dan zal de vrede regeren.  Dat werkt niet. Wat werkt wel?

De oude rabbijnen leefden in een wereld waarin de heidense machten de toon aangaven, waarin zij geen macht hadden en geen kans op macht. Zij kenden de visioenen van vrede, maar de eindtijd waarin de Vredevorst zal regeren is nog ver weg. Voor hun (en onze) eigen tijd ontwikkelden zij het concept van de “wegen van vrede”.
“Onze meesters zeiden: Omwille van de vrede ondersteunen wij de armen onder de heidenen zoals we de armen onder Israël ondersteunen. Omwille van de vrede zien we om naar de zieken onder de heidenen, zoals we omzien naar de zieken in Israël. Omwille van de vrede begraven wij de doden, heidenen zowel als Israel.”
Het gaat om daden van compassie, om het lenigen van de nood ook over de grenzen van eigen volk heen. Want God is God van alle mensen, ieder mens is Zijn schepping.

Dat concept is nog steeds actueel.
De problemen van nu zijn duidelijk, en ze zijn ons eigenlijk te groot: klimaat, vluchtelingen, haat, geweld, armoede….
Maar toch, wij zijn verantwoordelijk tegenover God, die veel van ons verwacht: meer dan wij in Hem, gelooft Hij in ons. Onze opdracht is om, als partners van God, te bouwen aan een plek waar mensen in vrede kunnen leven.

Dat is de boodschap van Jonathan Sacks, emeritus opperrabbijn van Groot Brittannië. Zijn boek gaat in november verschijnen in Nederlandse vertaling. Een wijs,  moedig en inspirerend boek.
Het betrekt ons bij het gesprek van eeuwen: Joodse gemeenschappen hebben ervaren hoe de leefregels uit de Bijbel heilzaam in de maatschappij kunnen worden uitgewerkt. Dit boek opent onze ogen voor de mogelijkheden in onze eigen tijd; Sacks maakt duidelijk dat iedereen – hoe marginaal zijn positie ook is of lijkt – het verschil kan maken.

“Het Jodendom bewaart een oude maar nog steeds overtuigende droom: helen waar anderen kwetsen, herstellen waar anderen afbreken, het kwaad opvangen door het goede te doen,  Dat zijn de kenmerken van een ethiek van verantwoordelijkheid, geboren in het radicale geloof dat God ons oproept om onze vrijheid te nemen en Zijn partners te worden in het Scheppingswerk, om samen met God te bouwen aan de wereld zoals die hoort te zijn”.


Jonathan Sacks, Een gebroken wereld heel maken
(To Heal a fractured World)
ca. 350 pagina's
Uitgeverij Skandalon, prijs  € 29,95


Elly Hessel :

De subtitel van het boek(je) luidt: “Wat houden excuses voor het antisemitisme van Luther in, wanneer christenen niet in staat zijn om samen met Joden te werken aan een wereld waar het goed wonen is voor al wat leeft?” Ik zou het boekje willen typeren als een pamflet. De laatste zin van die ondertitel ‘Samen werken aan een wereld waar het goed wonen is voor al wat leeft’ gaat als een soort mantra door de hele tekst heen. (Gij zult het uw kinderen inprenten!) De auteur ‘spijkert’ zijn hele betoog aan de deur van kerk en synagoge met dezelfde gedrevenheid die Luther moet hebben bezield toen hij zijn stellingen aan de deur van de Slotkapel te Wittenberg timmerde. Heyl (op de klank afgaand: What’s in a name) uit felle kritiek op zowel de kerk als de synagoge in hun falende aanpak om elkaar in het huidige tijdsgewricht te vinden in de opdracht – in de Tora gegeven, geschapen als wij zijn naar Gods beeld – om elkaar en de aarde te hoeden, in te staan voor de identiteit van de ander; deze dus niet aanvallen maar bevestigen. Hij verwijt ons dat we het te druk hebben met het zoeken naar onze eigen identiteit en hoe die zich in de loop van de geschiedenis tegenover – en dikwijls ten koste van de ‘andere partij’ heeft ontwikkeld. En of we het daar al niet druk genoeg mee hebben zijn de beide instituties ook nog gewikkeld in een interne strijd waarbij men elkaar uitsluit. In scherpe bewoordingen, glasheldere en hier en daar sarcastische maar soms ook cabareteske taal, ontmaskert hij de diverse verborgen agenda’s waarmee we al dan niet willens en wetens ons onttrekken aan die ‘universele’ opdracht om de schepping te hoeden en te bewaren, en elkaar tot zegen te zijn: “Wie één mens redt, redt de hele wereld. Wie één mens doodt, doodt de hele wereld. Om over massaslachtingen maar te zwijgen.”   De hype van het uitgieten van icebuckets over eigen of andermans hoofd ligt al weer een tijdje achter ons. Maar het lezen van Heyl ‘s heftige betoog bracht het schokeffect van ‘of je een emmer leeg gooit’ bij mij te weeg. Wat mij betreft een heilzaam effect. Zeer indringend lesmateriaal.  Waar hij op het eerste gehoor in zijn aanpak soms uit de bocht dreigt te vliegen, realiseer je je wanneer je de tekst wat tot je door laat dringen – de auteur geeft er blijk van dat hij goed weet waar hij het over heeft – dat niet hij maar de wereld in een steeds gevaarlijker tempo als een razende uit de bocht aan het vliegen is en in velerlei opzicht door de vangrail aan het schieten is.  De directe aanleiding voor het schrijven van zijn pamflet is het verzoek aan de protestantse kerken van de rabbijnen Evers en Ten Brink om bij de viering van 500 jaar Reformatie in 2017, excuses aan te bieden aan de Joodse gemeenschap voor het antisemitisme van Luther. De discussies in diverse dag- en opiniebladen die hierna zijn losgebarsten zullen velen van u niet zijn ontgaan. Het besef van de in de Tora gegeven opdracht om de schepping te behoeden en elkaar tot zegen te zijn, verbreedt Heyl in zijn pleidooi  om  bezinning op het antisemitisme en de daarmee samenhangende ‘schuldvraag’  naar slavernij, economische uitbuiting, dierenwelzijn, en milieu (‘ de tak aan de boom waar we met z’n allen opzitten’). Geïnspireerd door de Bijbelse profeten, doet hij in hun navolging zijn hartstochtelijke oproep tot omkeer en samenwerking. Hij spreekt zowel kerk en synagoge als ook de moskee aan op onze gezamenlijke verantwoordelijkheid om gestalte te geven aan die van God gegeven opdracht. Het grootste deel van de tekst gaat over de falende aanpak van het probleem van het kerkelijk antisemitisme.  Heyl analyseert  het proces mede aan de hand van indringende voorbeelden uit de kerkgeschiedenis en stelt vervolgens hoe met  het aanbieden van excuses over Luthers uitspraken en de gevolgen ervan in feite eigenlijk alleen maar het effect van het aloude zondebokmechanisme in werking treedt. “Waarom b.v. geen excuses voor de uitspraken van Erasmus?” . Of zelfs Augustinus, Ambrosius, Chrysostemos, om maar enkele prominente namen te noemen.  Hoe dan ook: Nadat de zondebok is aangewezen, gaat de gemeenschap – vergeven en verzoend en wel – vrijuit. Er is schoon schip gemaakt.  Heyl adviseert dat het beter is om diepgaander, eerlijker en kritischer de hele problematiek en de theologische ontwikkelingsgang ( vervangingstheologie) ter hand te nemen, zodat de kerk eindelijk zichzelf zal kunnen verlossen van het “hardnekkig wegkijken, uitspraakjes en trucjestheologie” in voortdurende pogingen om de wezenlijke schuld niet onder ogen te hoeven komen. En angst voor het verlies van de eigen identiteit. Juist door het werken aan de problematiek onder  het gezag en de kritiek van het centrale gebod uit Genesis te stellen krijgt, aldus Heyl, de kerk  de sleutel in handen om die ‘omkeer’ mogelijk te maken.


Binjamin Heyl, Luther, verschenen  november 2015
Uitgeverij Eigen Boek B.V., www.uitgeverijeigenboek.nl, ISBN 978-94-6129-179-0

Piet Warners


Soms lees je twee of drie boeken simultaan, die je, hoe verschillend ook, toch als complementair  beleeft. Dat overkwam mij met twee boeken die ik als recensie-exemplaar ontving, terwijl ik het derde als sinterklaascadeau kreeg.
Ter recensie: 'Jodenhaat'- geschreven door Ron van der Wieken, cardioloog in ruste, voorzitter van het Nederlands Verbond voor Progressief Jodendom. Het is geschreven  'om vooral de niet-joodse lezer  zich er van bewust te maken  dat veel van zijn gedachten over joden berusten op eeuwenoude  stereotypen, die weer allemaal hun eigen historische en psychologische achtergronden hebben' (blz 18). De schrijver werkt dat helder en overzichtelijk uit in een aantal hoofdstukken. In eerste instantie chronologisch, beginnend met voorchristelijke jodenhaat.  Het hoofdstuk over christelijke jodenhaat zou door iedereen gelezen moeten worden. Het verwijt van de Godsmoord, het bloedsprookje (als u niet weet wat dat is: lees dit boek) - kortom hoe in de Middeleeuwen tegen de joden werd aangekeken en hoe ze daarom werden behandeld, achtervolgd, vermoord.  Het zal voor christelijke lezers wellicht even slikken zijn als ze de opmerkingen lezen over Paulus en Luther. Vervolgens gaat het over de verwijten die aan de joden gemaakt worden in de moderne tijd. Elke keer denk je weer: er is niets nieuws onder de zon. Alleen al daarom moet je dit boek lezen om eens te meer de valkuilen, waar je steeds weer intrapt, te onderkennen. Ik heb ooit betoogd dat jodenhaat, antisemitisme de oervorm van discriminatie is. Haat jegens Israël is - zoals Miskotte al betoogde - ten diepste haat tegen de God van Israël. Allerlei lijnen worden getrokken, die tenslotte uitkomen in dat onbegrijpelijke gebeuren van de Shoa, de industriële moord op 6 miljoen Joden en vele anderen.
Van der Wieken spreekt ook uitvoerig over Israël in het hoofdstuk over antizionisme en anti-Israëlisme  als uitingen van anti-judaïsme. Hij maakt helder dat gerechtvaardigde  kritiek op het beleid van de Israëlische machthebbers  niet onmiddellijk het etiket van antisemitisme opgeplakt moet krijgen. Alsjeblieft niet. Tegelijk breekt hij een lans voor het bestaan van de Joodse staat. En juist in de dagen van de vreselijke aanslagen in Parijs begrijp je hoe voor veel joden in Europa die staat als de reddingsboei gezien wordt in deze tijd van toenemend antisemitisme, toenemende jodenhaat. In ieder geval geeft Van der Wieken veel stof tot nadenken.
En dan las ik gelijktijdig: Toine van Teeffelen: 'Liefde, woede en waardigheid. Leven als gezin op de bezette Westelijke Jordaanoever.'  De schrijver is gehuwd met een Palestijnse en woont met vrouw, dochtertje en zoontje in Bethlehem.  Hij werkt voor het Arab Educational Institute, een Palestijnse organisatie verbonden met de internationale vredesbeweging Pax Christi (in ons land tegenwoordig Pax). Hat AEI probeert via informeel, buitenschools onderwijs vooral jongeren en vrouwen sterker te maken en hen ook te laten opkomen voor hun rechten ten overstaan van een lokaal en internationaal publiek. Het boekje bestaat uit een keuze van dagboekaantekeningen uit de periode 2006 tot 2014. De hoofdstukjes zijn in feite een soort columns, waarin allerlei episodes, ervaringen, ongemakken en ook boosheid beschreven worden die je als Palestijn ondervindt in dit gebied waar het Israëlische leger het voor het zeggen heeft. Het is heel goed om daar van binnenuit kennis van te nemen. Je wordt er niet vrolijker van. Uiteraard kan het niet anders dan eenzijdig zijn. Zó wordt het beleefd.  Je fronst de wenkbrauwen bij het vaak intimiderende, vernederende optreden van de Israëliërs. Plaatsvervangende schaamte voel ik wel eens... Kan dat niet anders? Vast wel, maar het gebeurt niet. Soms denk je: ja maar die situatie is niet uit de lucht komen vallen; er zit een lastige geschiedenis achter. Daarover wordt gezwegen. Dat neemt niet weg dat door Van Teeffelen en de organisatie daar goed werk gedaan wordt. In 2010 kon ik daar kennis van nemen, Ik was diep onder de indruk. Nog een laatste opmerking: in de inleiding meldt de schrijver dat er dankzij de Palestijnse autonomie (hoe beperkt ook) een eigen Palestijns leerplan ontwikkeld kon worden.  Ik zou daar toch graag wat meer over weten vanwege de vele geruchten die daarover de ronde doen. Geruchten die zouden wijzen op jodenhaat in dat leerplan. Jodenhaat waarvan ik in dit boekje niets bespeur. Dat is een compliment aan de schrijver.
En dat derde boek waarover ik sprak? Een kort geleden verschenen roman van Simon Hammelburg: Van binnen is alles stuk. Herinneringen van vernielde generaties. Een roman gebaseerd op 1200 interviews met Holocaustoverlevenden en hun kinderen. (Een eerdere versie verscheen in 1996: Kaddisj voor Daisy) In dat boek ervaar je waartoe de jodenhaat heeft geleid en hoe dat doorwerkt tot in het derde en vierde geslacht van hen die gehaat worden. De titel zegt niets te veel. Een indrukwekkend boek. Het tegelijk lezend met het boekje van Van Teeffelen:  laat er toch alsjeblieft oog en hoop zijn voor de derde en vierde generatie  in Israël en de Palestijnse gebieden.    

Ron van der Wieken: Jodenhaat. Het verhaal van een uiterst explosief en destructief element in de westerse cultuur.   165 blz. Mastixpress, 2014 ISBN 978 94 92110 015. € 12,50
Toine van Teeffelen: Liefde, woede en waardigheid. Leven als gezin op de bezette Westelijke Jordaanoever
108 blz. Narratio, 2014 ISBN 978 90 5263 4920. € 10.-
Simon Hammelburg: Van binnen is alles stuk. Herinneringen van vernielde generaties. 249 blz. Aerial Media Company  2014. ISBN 978 94 0260 0278. € 17,95


Piet Warners

Een herinnering. Mijn vrouw en ik maakten een wandeling vanuit Nes Ammim. Op de terugweg sloeg de vermoeidheid toe. In een dorp gingen we even op een muurtje zitten. We werden gezien door iemand uit een nabijliggend huis. Ze kwam naar ons toe en we maakten haar duidelijk dat we even zaten uit te rusten. Even later kwamen een paar kinderen uit het huis naar ons met een fles vruchtensap, bekertjes en wat te eten. Oosterse gastvrijheid noemen we zoiets.  
Ik moest daaraan denken bij het lezen van het boekje: Abraham/Ibrahim – De spiritualiteit van gastvrijheid. Eind vorig jaar uitgegeven door de Stichting Pardes (vroeger de Folkertsmastichting). Op 15  december vond in Amsterdam de boekpresentatie plaats. Ik kon daar niet bij zijn  maar de aankondiging sprak me aan. Vandaar dat ik dit boekje aanvroeg ter bespreking.
Boekje. Het telt 90 bladzijden. En dan toch een stevige presentatie met drie sprekers  – dat belooft iets heel bijzonders! Maakt het die belofte waar?  Ik aarzel wat. In ieder geval weet ik nu dat ik het begrip Oosterse gastvrijheid nader kan preciseren tot Abrahamitische gastvrijheid. Het middendeel van het geschrift is van de hand van Leo Mock. Een prachtig essay onder de titel  Abrahamitische gastvrijheid en de gesloten wereld van Sodom. Alleen al om dit artikel is de aanschaf van het boekje aan te raden, Vanuit zijn Joodse traditie tekent hij de weg van gastvrijheid zoals die culmineert in het verhaal van Genesis 18. In de Joodse traditie een buitengewoon belangrijk begrip. Dat blijkt uit de conclusie in de klassieke rabbijnse exegese, dat gastvrijheid groter is dan het gelaat van de Shechina (blz 47). De  Abrahamitische samenleving wordt getekend als een samenleving die vooral gebaseerd is op  liefdadigheid en compassie. Ook ten aanzien van personen met een andere levensstijl en geloofswereld dan van onszelf. Tegenover deze samenleving staat Sodom, een naar binnen gekeerde samenleving. Volgens de rabbijnen was daar een soort afspraak tegen het verlenen van gastvrijheid. Dat zie je aan die twee mannen (engelen?) die niet welkom waren in Sodom - maar wel bij Lot, een  rechtvaardige wat betreft de gastvrijheid. 'Gastvrijheid  kan dus gezien worden als graadmeter van het morele peil van een samenleving' (blz 50).
Vanuit deze uitleg en gedachtegang kun je lijnen trekken naar onze tijd en situatie. 'Met het oog op vluchtelingen, maar ook in minder extreme situaties, kan het nadenken over gastvrijheid en het propageren van deze waarde heilzaam zijn.' (blz 54)
Dit artikel wordt vooraf gegaan door een artikel van Juliette van Deursen-Vreeburg: Louis Massignon en de Abrahamitische oecumene. Massignon(1883-1962)  was een Franse, katholieke islamoloog, een leven gewijd aan het bevorderen van de verhoudingen tussen christendom en islam. Hij was bijzonder geïnteresseerd in de mystieke traditie van de islam. Het  werk van een soefi-mysticus uit de negende eeuw inspireerde hem. Daar zit ook een beetje mijn probleem in. Door de grote stromingen binnen de islam wordt, voor zover ik begrepen heb, het soefisme niet als echte islam gezien.
Op zich is het een interessant artikel dat tegen het eind stelt dat 'de betekenis van Massignon (...) vooral gezocht moet worden in het feit dat  zijn werk zich kenmerkt door een groot respect voor de andere religies, terwijl hij tegelijkertijd de dialoog verankert  in zijn eigen katholieke traditie' (blz 32) Slotzin van het artikel: 'Vanuit de profetisch intuïtie van Massignon dat Gods Geest werkzaam is in de Abrahamirische religies kunnen we werken aan de toekomst van de interreligieuze dialoog.'
Marccl Poorthuis heeft op pagina 57-61 een bloemlezing citaten over Gastvrihied in islamitische teksten. Boeiend om die te lezen, maar de vraag dringt zich op: waarom  komt hier en in het hele boekje, niet een Islamiet uit onze tijd aan het woord? Bij de boekpresentatie sprak wel een islamiet. Een visie vanuit die kring zou het boekje veel completer gemaakt hebben dan het slotartikel van Poorthuis Abraham/Ibrahin, oergestalte van de oecumene. Weer kan ik zeggen: op zich best een interessant artikel, waarin aan de hand van een Joodse hervertelling van Abraham's geschiedenis aangetoond wordt hoe Abraham in de drie grote monotheïstische religies een heel belangrijke rol speelt. Abraham wordt zelden genoemd als het gaat om de grote gestalten van de mensheid, zoals Socrates en Boeddha. Toch blijkt Abraham oecumenicus van belang voor heel de mensheid. Vanuit dat gegeven kan gezegd worden: 'als 'vader van de gelovigen' overstijgt hij één enkele religie, of dat nu jodendom, christendom of islam is.
'Gastvrijheid voor elkaars overtuigingen: dat is wat onze samenleving nodig heeft.' Zo staat het in de uitnodiging voor de boekpresentatie. De bedoeling is dus dat dit boekje daaraan zal meewerken. Maar voor wie is het geschreven? vraag ik me na lezing af.  Het maakt de indruk: toch voor een al betrokken incrowd. Het veronderstelt in ieder geval nogal wat kennis van bepaalde zaken. Hoe maak je het gestelde vruchtbaar voor onze zo verdeelde samenleving waarin respect voor elkaar nogal ver te zoeken is? Ik versta het daarom als een oproep aan ons om genuanceerd gericht te blijven op de dialoog waarin de ander tot zijn recht kan komen.

n.a.v Abraham/Ibrahim, de spiritualiteit van gastvrijheid.  Uitgave Pardes 2015, 90 blz.,
ISBN 978 94 92110138, €15,-


Piet Warners


Een Joodse kennis zei laatst tegen me: Joden kopen geen huis, want ze weten nooit of ze wel kunnen blijven. De geschiedenis wijst wel uit dat die uitspraak (al wordt die niet alom waar gemaakt) geen onzin is. Ik moest aan dat gezegde denken bij het lezen van het laatste boek van Tamarah Benima: Joodser dan dit krijgt u het niet. De titel van het eerste hoofdstuk: Volk – op weg naar huis. Dat begint bij Abram. Op weg.  En als je vraagt: Is de staat Israël niet dat huis? Dan luidt het antwoord: “Israël is een tehuis dat zich in de hachelijke positie bevindt een thuis te moeten zijn zonder te weten of het een thuis kan blijven”. (blz 34,35)
Een duidelijk voorbeeld hoe de schrijfster zich met wezenlijke zaken bezig houdt.
Het boek is ontstaan uit een reeks van tien hoorcolleges in de Rode Hoed over Joodse beschaving. Een vorm van levenskunst door alle hoogten en vooral ook door grote diepten heen. Het boek gaat over hoe het joodse leven wordt geleefd, of kan worden geleefd (blz 7). Jodendom is veel meer dan godsdienst alleen.
Tamarah Benima is (liberaal) rabbijn sinds 2008, daarvoor journaliste  en zeven jaar hoofdredacteur van het Nieuw Israëlitisch Weekblad. Ze weet waar ze het over heeft. Naast de Joodse bekende inspiratiebronnen (Oude Testament, of beter TeNaCH, Talmoed, Midrasj enz.) wordt ze ook geïnspireerd door het Soefisme en andere Oosterse stromingen. Ze maakt daar geen geheim van. Vooral in het laatste (het tiende) hoofdstuk kun je daar de sporen van terugvinden; God - een soort nul; laat u door deze titel niet afschrikken, hij blijkt behoorlijk veel zin te hebben. Benima wil de lezer aan het denken zetten en houden. Dat lukt haar wat mij betreft heel goed.
De manier waarop ze duidelijk maakt hoe de halacha – het juridische systeem van hoe te leven – tot stand is gekomen en gehanteerd wordt, is humoristisch.  “Om een idee te geven van dat onderzoek naar wat de Grote Opdrachtgever wil, heb ik voor de gelegenheid een voorschrift verzonnen: 'Bak een chocoladetaart die door iedereen kan worden gegeten.'” Als je die opdracht wilt uitvoeren komt de ene vraag na de andere: wat is een chocoladetaart,? Wat zijn de bestanddelen?  Hoe hoog moet hij zijn? Dat begint op bladzij 38 en gaat door tot op bladzij 43, waar het eindigt met de titel van het boek. Voor mij heeft ze het iets te lang doorgevoerd, maar dat doet er niet toe.
Veel zaken passeren de revue. De 'geweldsteksten' (blz 71vv), ze gaat er diep op in en toch staat ze er ontspannen en relativerend tegenover. De liberale vorm van  Joods geloof is bepaald geen geloof in de Schrift van 'kaft tot kaft.' Ik heb trouwens ook bij orthodoxe Joden gemerkt dat dat nogal genuanceerd kan liggen. Joods Humanisme, de Sjabbat, de spijswetten, seks, al dat soort zaken passeert de revue. Veel indruk op mij maakten de hoofdstukken  8: Vrijheid – een herstelmechanisme en 9: Sociale modellen  – een verankerd bestaan. Ze maken me eerlijk gezegd wat jaloers (terwijl het volgens Paulus andersom zou moeten zijn, maar de kerk heeft daar de geschiedenis door helaas weinig reden toe gegeven.) Ik ga er niet uit citeren of proberen het samen te vatten. Ik kan alleen maar aanraden om het zelf te lezen en te overdenken.
Benima schrijft duidelijk, maar toch soms moeilijk te volgen (zelf houdt ze ook wel van paradoxen zo te merken), prikkelend, soms zo dat je de wenkbrauwen fronst, ja dat je je zelfs kan ergeren (dat betekent dat je geraakt wordt) en dat juist maakt het boek zo leesbaar en spannend; het laat je niet los. Zo verging het althans mij.

Tamarah Benima:  Joodser dan dit krijgt u het niet. De Levenskunst van de Joodse Beschaving
ISBN 9789035143463
Uitgeverij Prometheus | Bert Bakker
Amsterdam 2015
Prijs € 19,95


↑ Top  

© Groep-KEN.net 2018   - Leden -

Uw Internet Explorer versie is verouderd.

Deze website kan niet met deze browser worden bekeken!

Upgrade uw browser naar de laatste versie (Internet Explorer 8) of installeer een andere browser, zoals Firefox of Google Chrome)