.


Provinciale Werkgroep
Kerk en Israël Utrecht

Protestantse Kerk in Nederland



Piet Warners

Een intrigerende titel. Mozes als manager? Jawel.
'Mozes zal uiteindelijk een toekomstvisie ontwikkelen met richtlijnen van universele betekenis: winst voor zijn volk en winst voor de wereld'. Dit schrijft Marcel Poorthuis ongeveer in het midden van zijn boekje (blz 48)
Marcel Poorthuis heeft theologie en muziek gestudeerd, heeft zich zeer verdiept - en doet dat nog steeds - in het Rabbijnse Jodendom, is hoogleraar  interreligieuze dialoog in Tilburg. Dat hij ook steeds op zoek is naar de relevantie van de Bijbel in onze tijd blijkt wel uit dit boek dat uitermate actueel is.
In een interview in 'Woord en Weg' (blad van de PKN 18 mei) zegt hij: 'Door je eigen levensverhaal naast de Bijbel te leggen ., ontstaat een interessante interactie. Het verhaal (van Mozes) vertelt over Mirjam en de rol van vrouwen, en over Aäron die het volk veel beter begrijpt dan Mozes. Mozes eist  bijna het onmogelijke en dat kan chaos creëren.'
In dit boek onderzoekt hij de loopbaan van Mozes en hoe die door de Stem (van de Eeuwige) uitgroeit tot leider. In 21 hoofdstukken - elk eindigend met een stelling voortkomend uit het besprokene, daarin zie je  de lijn van het betoog - onderzoekt hij  hoofdstukken vooral uit Exodus over het leiderschap van Mozes - en dat in begrippen van onze tijd. Mozes als manager die steeds in ontwikkeling is, het volk Israël als de Onderneming  die als Mission Statement de Tien Woorden krijgt - in het bijzonder het laatste van de tien: 'Je zult niet begeren … wat van je naaste is', waarin rake opmerkingen over de bonuscultuur (blz71/72).
Het is verleidelijk veel uit dit boekje te citeren, dan zou ik het grotendeels moeten overschrijven. Dus niet. Als u het leest zal het u opvallen dat Poorthuis soms zaken vertelt die niet in de Bijbel staan. Bijvoorbeeld dat ergens vermeld wordt dat Aäron het gouden kalf zelfs liet loeien (blz 42). Deze en dergelijke zaken komen uit de grote Joodse litteratuur rond de Tora, de Talmoed en de Midrash. In zijn inleiding vermeldt hij dat, in de tekst zelf geeft hij geen bronvermeldingen. Nog één citaat: "… een goed criterium voor keuzes in het leven: hoe zou ik willen dat mensen bij mijn begrafenis aan me denken? Als topmanager? Of als mens die voor iedereen een open oor had, inclusief voor zijn (of haar (pw)) eigen partner en gezin?" (blz 80). En dat geldt echt niet alleen voor topmanagers (m/v). Zo staat dit goed leesbare boek vol doordenkers. Het is wellicht een boek om cadeau te doen aan leidinggevenden in allerlei segmenten. Maar ook als jezelf niet in die managerpositie bent is het zeer verrassend, lezens- en overdenkenswaard.
Jan Peter Balkenende schreef een voorwoord, waarin hij het zo samenvat: "De tocht door de woestijn  is een opvoeding tot verantwoordelijkheid" (blz 7).
Van harte aanbevolen!

Marcel Poorthuis: Managen met Mozes. Lessen uit de woestijn voor leiders  van vandaag,
114 blz.
Uitgeverij Amphora Books ism,Stichting Pardes 2018
ISBN 978-90-6446-101-9  € 14,50

Piet Warners

In dit jaar van gedenken van de Reformatie past de verschijning van dit boek heel goed. De auteur Dr Wulfert de Greef - emeritus predikant sinds 2001 - promoveerde in 1984 op een proefschrift: Calvijn en het Oude Testament. Gezien zijn publicaties is hij altijd aan het studeren geweest  op de periode der Reformatie. Hij weet waarover hij het heeft. Daar getuigt dit nieuwe boek van. De titel geeft de inhoud precies weer. De toevoeging en de Joden roert een pijnlijk punt aan. Immers van Luther is bekend dat hij tegen het einde van zijn leven buitengewoon heftig te keer is gegaan tegen de Joden. Antisemieten hebben daar dan ook veelvuldig gebruik van gemaakt en dat heeft mede geleid tot het vreselijke lot dat de Joden in Europa tijdens het Hitlertijdperk getroffen heeft. Hoe dachten de andere reformatoren over de Joden? Hoe kwamen zij tot hun gedachten?  Is het nu anders binnen de reformatie? Ook daar gaat De Greef op in in zijn laatste hoofdstuk.
In het eerste hoofdstuk - De Reformatie en de Bijbel - horen we hoe aan het begin van de 16e eeuw onder invloed van het Humanisme - terug tot de bronnen! - het Oude Testament in zijn oorspronkelijke taal weer ontdekt werd. De studie Hebreeuws kwam in zwang en soms werden Joodse geleerden geraadpleegd. Aan sommige universiteiten werd naast Grieks en Latijn ook Hebreeuws gedoceerd. De Reformatie heeft daaraan van harte meegewerkt en vaak werd Hebreeuws ook een verplichte studie.
Wet en Evangelie – Verbond
In het tweede hoofdstuk - De betekenis van het OT volgens de reformatoren - zien we een interessant onderscheid komen. Luther die eerst het NT en later het OT vertaalde  las het Oude Testament met het oog op de vervulling in het Nieuwe Testament in Jezus Christus. Was Christum treibet is van wezenlijk belang. Hij zag een tegenstelling tussen OT - de Wet - en het NT - het Evangelie. De kerk komt in de plaats van Israël. De Joden zullen zich moeten bekeren. Hij meende aanvankelijk dat de juiste uitleg van het NT de Joden zou overtuigen dat Jezus de Messias is, Toen dat niet gebeurde, veranderde zijn houding tegenover de Joden met boven vermeld vreselijk gevolg. Bij de andere reformatoren zien we dit niet zozeer - zij gaan veel meer uit van het Verbond, dat met Abraham is gesloten en dat in het NT in Jezus Christus vernieuwd wordt met het oog op de volken: zij mogen delen in dat bestaande Verbond met Israel.
Deze kort-door-de-bocht samenvatting leidt tot hoofdstuk 3 De Reformatie en de Joden. Luther werd vijandig.  Bij de anderen (Zwinli, Bullinger, Bucer, Capito, Calvijn) ligt het aanzienlijk genuanceerder. Het Verbond met Abraham, Israël  blijft van kracht, de heidenen worden er door Jezus Christus in betrokken. Vooral bij Capito kun je lezen dat de kerk beslist niet in de plaats van Israël is gekomen. (blz 70).  Voor het héle Verbond geldt: het berust alleen op Gods genade. Geen sprake van werkgerechtigheid.  Zowel voor Israël als de gemeente blijft Gods gebod gelden als verwerking van die genade.
 Terwijl in veel gebieden het Joden verboden was zich daar te vestigen, werd in andere hen een plaats gegund, wel vaak onder bepaald voorwaarden. Maar algemeen werd gedacht dat de Joden zich ooit zouden moeten bekeren om ten volle bij het Verbond te (blijven) behoren.
Hoofdstuk 4: De relatie van christenen en Joden na 500 jaar opnieuw bezien. Door de vreselijke geschiedenis van de Holocaust is er sprake van voortschrijdend inzicht binnen het Protestantisme. De Greef beperkt zich tot wat in ons land daarover te melden valt. Een ontwikkeling vóór  Wereldoorlog II vooral ingezet door K.H.Miskotte  (dat wordt niet vermeld), waarop ná die periode is voortgebouwd. Een ontwikkeling die er toe geleid heeft dat uiteindelijk in de Kerkorde van de PKN beleden wordt dat de kerk geroepen is tot gestalte geven aan de onopgeefbare verbondenheid met het volk Israël. De auteur gaat daar dan ook van harte vanuit en probeert aan te geven hoe dat zou kunnen door leerhuizen en wat dies meer zij. Vooral de Eredienst is van belang. We hebben te beseffen  dat de hele kerkdienst in het kader staat van de ontmoeting met de God van Israël die in Jezus Christus ook onze God wil zijn (bz 152). Als hij zich afvraagt hoe om te gaan met Joden komt hij tot de conclusie dat het belangrijk is dat we als christenen Joden jaloers maken (Romeinen 11:13,14).  Dat schreef Paulus die in Romeinen 9-11 worstelt met de weigering van het overgrote deel van Israël Jezus als Messias te erkennen. De Duitse theoloog Marquardt heeft opgemerkt dat je op grond van Romeinen 11:28 zij zijn naar het evangelie vijanden om uwentwil (de NBV heeft daar de grove fout gemaakt achter het woordje vijanden 'van God' in te vullen; dat is in het origineel nergens te vinden) aan de Joodse verharding ook een positieve invulling kunt geven. Dat brengt mij tot de vraag of dat jaloers maken ( hoe goed ook, konden we dat maar!) toch niet leidt tot ongelijkwaardigheid van de Joden binnen dat éne verbond. Is er voortschrijdend inzicht mogelijk op dit punt? Echte gelijkwaardigheid?…  
Er valt veel meer te zeggen over dit zeer interessante en ook heel actuele, zeer goed gedocumenteerde boek, geschreven door mijn jaargenoot Wulfert de Greef. Eén storende fout staat op blz 117 waar gezegd wordt dat de wederdopers in München de macht grepen, dat moet Munster zijn.  Een eind verderop staat het wel goed. Hier en daar staan wel wat herhalingen, dat is wel makkelijk en soms wat storend, maar het blijft een goed boek. Wie enigszins in deze materie geïnteresseerd is: lezen!

Wulfert de Greef: De Reformatie, het Oude Testament  en de Joden, 200 blz.
Academische Uitgeverij Eburon, Delft (www.eburon.nl) € 22,00
ISBN 978-94-6301-152-5
 



Piet Warners

'God als zelfstandig ervaarbare entiteit in de menselijke wereld (….) is voor de mens afwezig. Met deze eigenlijk onmogelijke samenvatting laat ik je achter, in de hoop dat een en ander je toch positief te denken geeft.' Dit is de laatste zin van het hoofdstuk, waarin Mozes' vraag Gods aangezicht te mogen zien, wordt behandeld (blz. 169), in het boek van Rob Cassuto: Reizen door de Tora. Ter geruststelling van de schrijver: wat mij betreft geeft dat hoofdstuk, maar ook het hele boek mij positief te denken.
Cassuto, jurist en psycholoog, is in de loop van zijn leven teruggekeerd naar zijn Joodse wortels (evenals zijn oom, de bij velen nog bekende George Cassuto z.l. (zijn nagedachtenis zij tot zegen) , de hervormde predikant die, zoals hij zelf het uitdrukte  'weer opdook' in het Jodendom; aan hem is dit boek opgedragen).  Hij heeft zich sindsdien verdiept in het Joodse gedachtegoed. Daar is dit boek een vrucht van. Bestudering van de Joodse traditie zoals die in de Talmoed en in veel, zeer veel geschriften daarna, zich ontwikkeld heeft. Beter te  zeggen: tradities, want het gaat om een buitengewoon kleurig geheel, waarin gemeenschappelijk is de concentratie op de eerste vijf boeken van de Bijbel: de Tora. Juist ook als je daar niet zo bekend mee bent geeft dit boek daar een mooi beeld van. De Tora onderverdeeld in 54 'hoofdstukken': parasjot. In alle synagoges over de hele wereld worden tijdens de sjabbatdienst die 54 hoofdstukken in hun geheel gereciteerd 'gelayend' in een jaar.
In 70 hoofdstukken maakt de schrijver een keuze uit al die parasjot en uit wat hij in de traditie gevonden heeft en deelt zijn associaties en inzichten met de lezer. Naast de traditionele uitleg fascineert hem het proces van morele evolutie dat te onderkennen is (blz. 23). Evolutie die een uitdrukking vindt in de die Tien Woorden (Geboden). De hoofdpersonen in de Bijbelverhalen zijn geen zondeloze figuren, maar wel levende mensen in ontwikkeling (blz. 87). Dat wordt bij voorbeeld mooi getekend aan Juda, de naamgever van het Joodse volk en Jozef Het mooie van omgaan met Joodse traditie(s) is dat niet gepretendeerd wordt de waarheid te onthullen, maar er wordt een uitleg, een visie gegeven waarover je kunt nadenken, waarin je je eigen nuances  en tegenspraak kunt aanbrengen. Het 'lernen' gaat steeds maar door. Wat die zin in het begin van deze recensie geciteerd, betreft: in feite is God een abstract begrip; elk gesneden beeld/denkbeeld - hoe nodig je beelden ook hebt - is voorlopig. Het spoor van de God van Israel, de Ene, de Eeuwige is slechts achteraf te zien. Al was het maar in het feit dat Israël ondanks alles nog onder ons is…
Ieder die zich wat meer wil verdiepen in Joodse benadering van de Bijbel kan ik aanraden dit boek te lezen. Niet achter elkaar, 't is geen roman, maar bij voorbeeld in zeventig dagen. Elke dag een stukje. Het is goed, boeiend geschreven. Je zult er door verrijkt en geprikkeld worden. Ik kijk uit naar het vervolg, als de verdere boeken van de Tora onderzocht worden. Vooral de gedeelten over Leviticus zie ik met spanning tegemoet.

Rob Cassuto: Reizen door de tijd. Van het Begin naar de Berg: Genesis en Exodus. 193 blz. Uitgave Stichting Pardes
ISBN 978 94 92110 14 5.  Prijs € 17 ,50.


Piet Warnes

De Stichting Pardes heeft in samenwerking met de uitgeverij Adveniat een nieuwe editie verzorgd van het boekje Avinoe dat in de tachtiger jaren verscheen en sinds lang niet meer verkrijgbaar was.
Het is een geheel herziene en opnieuw vormgegeven uitgave. Aanleiding was de 'nieuwe' tekst van het Onze Vader zoals die door de bisschoppen van Vlaanderen en Nederland is vastgesteld. De meest opvallende verandering daarin dat de 'bekoring' is veranderd in 'beproeving', waar in Protestantse kring nog altijd 'verzoeking' wordt gezegd. Het meest oecumenische gebed dat er is, heeft in onze taal dus nog altijd geen echt oecumenische tekst. Dat is zonder meer jammer. Ik weet niet of ik iets gemist heb, maar er is, denk ik, geen oecumenisch overleg geweest over deze tekst. Een gemiste kans.
Dat neemt niet weg dat deze nieuwe uitgave zeer de moeite waard is. Overtuigend wordt aangegeven dat het gebed dat Jezus ons leerde een gebed is dat geheel in de joodse traditie past. Marcel Poorthuis (hoogleraar 'Dialoog tussen de godsdiensten' aan de Tilburgse  Faculteit voor Katholieke Theologie) onderzoekt in hoofdstuk I het joodse bidden. Zowel het formulier- als het spontane gebed. De Rabbijnse litteratuur wordt daarbij vaak geraadpleegd en geciteerd. Dat geldt trouwens voor het hele boek. Dat heeft tot gevolg dat het niet alleen wetenschappelijke dimensies heeft maar ook 'stichtelijke'.
In het tweede hoofdstuk bespreekt Poorthuis enkele Joodse gebeden, zoals het Achttiengebed (het Amida)  en het Kaddisjgebed. Met het laatste is het woordgebruik in het Onze Vader het meest verwant. Hij acht het niet onmogelijk dat in vroegchristelijke gemeente het lange Achttiengebed van de synagoge vervangen is door het Onze Vader. De tekst van het Onze Vader is op verschillende manieren overgeleverd. Vergelijk maar eens de tekst Mattheus 6:9-13 met Lucas 11:2-4.
Die vergelijking wordt in hoofdstuk III en IV gedaan door Theo de Kruijf . Hij was hoogleraar Exegese aan de KThU. Hij overleed in 2014, zijn gedachtenis zij tot zegen. Hij voegt aan de vergelijking ook de tekst uit de Didachè (een vroegchristelijk geschrift) toe. Hij behandelt eerst de context van de drie versies. om vervolgens de vergelijking te maken. Heel interessante kost. De evangelisten 'hebben door de verschillen in hun tekst, een inzicht gegeven in de zorg en de 'vrijheid' waarmee de vroegste gemeente de woorden van haar Heer Jezus Christus heeft doorgegeven aan de volgelingen van komende generaties.' (blz 107).
In hoofdstuk V onderzoekt Poorthuis de verschillende thema's van dit gebed. Goed om te lezen en aan het denken gezet te worden over wat je eigenlijk bidt met de woorden van dit gebed,want als je het zo vaak bidt wordt het gauw gedachteloos. Ik heb het met toenemende spanning gelezen uitziende naar de reden om de 'bekoring' en de 'verzoeking' te laten vallen ter wille van de 'beproeving'. En dat werd toch een beetje een teleurstelling. Jazeker - het is goed om op te merken dat de Eeuwige mensen beproeft, zoals Abraham in Genesis 21. Dat heeft te maken met de keuzevrijheid van een mens tussen goed en kwaad. Toegeven aan de goede drift of aan de drift tot het kwade. Maar het kwade kan zeer zeker ook een verzoeking zijn. Het woord beproeving vind ik te zwak voor de enorme aantrekkingskracht van het kwade. Een pure verzoeking, die ook van de 'tegenpartij' kan komen. Natuurlijk kun je opmerken dat ook de satan, de duivel, de vrijheid van de Eeuwige heeft gekregen om ons te verzoeken. Maar daarmee is de verzoeking zelf niet een beproeving door de Eeuwige. Dit is voor mij een reden om de nieuwe RK tekst niet als oecumenische tekst te aanvaarden. Wellicht dat de Nederlandse Raad van Kerken dit nog eens kan aankaarten.
Dat neemt het weg dat zeer aan te raden is dit boek te lezen!

Prof. Marcel Poorthuis en prof. Theo de Kruijf: Avinoe - Onze Vader
Stichting Pardes
Prijs €14,50

 


Piet Warners


Jan Muis schreef een omvangrijk boek. De auteur werd in 1996 hoogleraar Dogmatiek in Utrecht. Daar werd  hij ook kerkganger in de Tuindorpkerk. Soms wordt hij er gesignaleerd op de kansel - en zeer gewaardeerd. Je kunt merken dat hij sinds 1977 'gewoon' gemeentepredikant is geweest in drie gemeentes. Zijn  hoogleraarschap verhuisde met de Utrechtse faculteit enkele jaren geleden naar Amsterdam, zelf bleef hij onze stad trouw.
Deze grote publicatie is wat je noemt een wetenschappelijk werk. Als ik zo'n boek krijg, bekijk ik eerst de inhoudsopgave en de litteratuurlijst. Dat zegt al wat. Inhoudsopgave: het is typisch het boek van een systematisch theoloog – hij zelf noemt het vak dogmatiek liever systematisch theologie, meen ik me te herinneren. Het  is in eerste instantie bedoeld - zo lijkt me - voor theologiestudenten , theologen en voor (hoogopgeleide, dat wel) theologisch geïnteresseerde gelovigen. Ook veronderstelt hij dat het geschikt is voor 'ongelovigen  die nauwkeuriger willen nagaan wat zij afwijzen of  bestrijden'.  (blz 13).
De litteratuurlijst is indrukwekkend, verraadt jaren van intensieve studie en publicaties in vele tijdschriften.  Mij viel op dat  slechts drie Joodse stemmen te vinden zijn: Buber, Rosenzweig en Levinas. Niet de minsten - maar geen enkele verwijzing naar Rabbijnse litteratuur, waarin in heden (Sachs, Heschel) en verleden heel veel over God  is nagedacht en gesproken.. Ook de enige systematicus die geprobeerd heeft de theologische consequentie te trekken uit de verbondenheid met Israël - Friedrich Wilhelm Marquardt -  ontbreekt geheel en dat heeft gevolgen zoals verderop blijkt. Gelukkig heeft het boek (heel veel) voetnoten en niet eindnoten - dat scheelt een hoop geblader.
De schrijver wil de vraag naar God beantwoorden vanuit de christelijke geloofspraktijk. Een praktijk die ontstaat vanuit het aangesproken worden door God. Theologische reflectie sluit aan bij het feitelijk geloven van mensen. Wat we geloven gaat vooraf aan de vraag of God bestaat. Die vraag wordt in het laatste hoofdstuk besproken. Of dat bevredigend gedaan wordt hangt er vanaf of je een bewijs verwacht (dat is er niet) of dat je de eigen praktijk bevestigd wil zien. In dat laatste geval voldoet het zeker wel.  De één gelooft, vertrouwt wel, de ander niet. Het waarom daarvan kan niet worden opgehelderd.
De opbouw van deze Godsleer  is systematisch en helder. Een theologiestudent vertelde me dat de colleges van deze hoogleraar zeer gewaardeerd worden vanwege hun helderheid. De heldere opbouw  - elk gebruikt begrip wordt grammaticaal en inhoudelijk uiteengerafeld - heeft wel tot gevolg dat het voor de ongeduldige lezer soms wat langdradig word. Uitgangspunt: het Onze Vader - de meest oecumenische tekst, door alle christenen van welke soort ook gebeden (blz 62). In dat gebed worden de woorden Vader, Naam, Koning en Schepper in het christelijk spreken over God samengevat. Ze worden uitgelegd in termen van de hedendaagse werkelijkheidsopvatting.
Muis maakt onderscheid tussen christelijk (NT) en Bijbels (OT) spreken over God. Daarbij valt het op dat het Christelijk spreken over God geheel trinitarisch wordt uitgewerkt in de klassieke zin, zoals dat in de vierde eeuw geformuleerd is in filosofische termen van die tijd. Uiteindelijk wordt het Oude Testament ook vanuit dat uitgangspunt gewaardeerd zodat de conclusie in het hoofdstuk over de Naam luidt: 'Adonai is de Drie-Ene God'(blz 172). .Met opzet schrijf ik Adonai als omschrijving van de vierletterige  Godsnaam. Helaas worden in dit boek de vier letters steeds voluit geschreven. Cruciaal is de opmerking op blz 174 : "De kerk weet dat zij niet de enige geloofsgemeenschap is die tot en over deze God spreekt. Als zij zich tot God richt staat zij naast Israël." Daarna volgt de optie dat iemand die Adonai kent (de Joden dus)  door de openbaring in Jezus Christus nieuwe kennis van God opdoet (blz 174), Dat vind ik zeer aanvechtbaar. De kerk kán niet bestaan zonder de kennis van het Eerste Testament. Geldt het omgekeerde voor Israël?  Of klinkt hier toch weer onbedoeld het christelijke superioriteitsbesef dat in de geschiedenis zulke vreselijke gevolgen heeft gehad?  Met dit soort overwegingen wordt het gesprek met Israël ten diepste onmogelijk. Marquardt probeerde een 'theologie ná Auschwitz' te ontwerpen. Dit boek valt niet in deze categorie.
Dit moest ik even kwijt. Dat neemt niet weg dat er veel moois en opbouwends in dit boek staat, al valt het op dat uiteindelijk de teneur behoudend is. Geen verrassende nieuwe vergezichten. Wel een goede kijk in de huidige stand van het theologisch denken dat in onze kerk de overhand heeft. Gelukkig wordt niet geprobeerd een antwoord te geven op de vraag waar het kwaad vandaan komt. Met de geweldsteksten in de Hebreeuwse Bijbel weet de schrijver niet goed raad. Ze passen niet bij de Eeuwige , want liefde en rechtvaardigheid zijn Zijn eigenschappen.
Tot slot: na lezing van het boek citeerde ik voor mezelf I Corinthiërs 13:12 en13.

Jan Muis: Onze Vader - Christelijk spreken over God. 436 blz .
Uitgeverij Boekencentrum, Zoetermeer. ISBN 978 90 239 2866 9  € 32,50


↑ Top  

© Groep-KEN.net 2018   - Leden -

Uw Internet Explorer versie is verouderd.

Deze website kan niet met deze browser worden bekeken!

Upgrade uw browser naar de laatste versie (Internet Explorer 8) of installeer een andere browser, zoals Firefox of Google Chrome)